Marjolein Boom

Wat ruist er door het struikgewas? Vogeltellers brengen het eindelijk in kaart

Na tien jaar vindt er in de Gijzenrooijse Zegge en de Stratumse heide weer een broedvogeltelling plaats.

De recente veranderingen in het landschap, de aanleg van nieuwe paddenpoelen langs de Rielsedijk en aanplant van duizenden bomen en struiken, zijn redenen voor natuurbeheerders om de stand van de broedvogels opnieuw te bepalen.

In alle vroegte heb je grote kans dat je ze ziet rondsluipen met een klembord in de hand; de vogeltellers. Met gespitste oren en een verrekijker zijn ze op zoek naar broedvogels in de Gijzenrooijse Zegge en de Stratumse heide.
   
“Het is een prachtig beschermd natuurgebied. Waar iedereen uit de omgeving én daarbuiten plezier aan heeft”, begint Dorus van den Boom, coördinator van de vogelwerkgroep IVN Geldrop. “De kwaliteit van een natuurgebied hangt af van het aantal en de soorten vogels die er voorkomen. Hoe meer soorten, hoe groter de biodiversiteit, hoe gezonder het gebied. Op verzoek van Mari de Bijl, landschapsbeheerder van Brabants landschap, zijn we gestart met de vogeltelling. Wij zijn erg blij dat we een bijdrage kunnen leveren aan de inventarisatie van broedvogels om zo de kwaliteit van het gebied te kunnen bepalen.”

De kwaliteit van een natuurgebied hangt af van het aantal en de soorten vogels die er voorkomen. Hoe meer soorten, hoe gezonder het gebied.

• Dorus van den Boom, coördinator van de vogelwerkgroep IVN Geldrop

Het gaat om ongeveer 250 hectare met veel bos en houtwallen. “Dat is te veelomvattend voor de vogelwerkgroep van IVN Geldrop om alleen te doen”, aldus Van den Boom. Daarom helpen vrijwilligers van IVN Veldhoven Eindhoven Vessem (VEV) en de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging voor veldbiologie KNVV Eindhoven mee met tellen.

Hoe gaat zo’n telling in zijn werk? Heine van Maar, IVN VEV en coördinator van de vogeltelling, legt het uit: “In februari zijn we gestart met zeven groepen voor zeven deeltelgebieden. In deze periode broeden standvogels, zoals de spechten. Dat gebeurt volgens de landelijke vastgestelde normen van Sovon, Vogelonderzoek Nederland. Het gebied moet tien keer bezocht worden met steeds twee weken tussen elk bezoek.”

Een half uur vóór zonsopgang en twee uur erna zoeken twintig vrijwilligers naar broedvogels. Mits er geen avondklok is ingesteld tellen we twee keer in de avonduren, om nog andere soorten te kunnen spotten. Bij het ochtendgloren en in de schemering verdedigen de mannetjes namelijk hun territorium met hun gezang of geroffel. “Overdag hoor je ze bijna niet omdat dan het geschil over het territorium met de buren is uitgevochten.”

Het is niet zomaar wat rondlopen. Een vogel laat zich niet altijd zien, dus je moet goed opletten.

• Dorus van den Boom, coördinator van de vogelwerkgroep IVN Geldrop

Het spannende aan de telling is erachter te komen of bepaalde soorten het goed of minder goed doen. “Het is niet zomaar wat rondlopen en bij benadering wat noteren”, laat Van den Boom weten. “Je moet de vogel herkennen in beeld en geluid én weten in welke biotoop die voorkomt. Als een vogel hoog in een boom zit, kan het bijvoorbeeld nooit een kievit zijn. Een vogel laat zich niet altijd zien, dus het is vooral intensief luisteren naar welke soort hun territorium veilig aan het stellen is. Als een vogel daar meerdere keren voorkomt is dat een teken dat er genesteld wordt.”

Van den Boom gaat verder: “We zijn nu al blij dat we onder andere de geelgors, de groenvink, de roodborsttapuit, de zwartkop en de tjiftjaf hebben gezien. We wachten nog op de fitis en binnenkort zal de grasmus zich aandienen. Als we geluk hebben komt de braamsluiper nog en als we nog meer geluk hebben zien we de patrijs met hun jongen. Die doen het momenteel heel slecht.” Er wordt alleen geteld door vrijwilligers met uitgebreide kennis en ervaring. Voor nu zijn er  genoeg vrijwilligers.

Zoetjes aan komen nu meer en meer de vogels uit het zuidelijk halfrond binnen om hier in de Gijzenrooijse Zegge en de Stratumse heide te broeden. Net zoals die vogels weet Dorus het zeker: “27 april, Koningsdag, noteer die dag maar, dan is de grasmus weer terug! De weersomstandigheden in Afrika moeten wel heel erg slecht zijn als ze hier een dag later aankomen."
De telling gaat nog een paar weken intensief door. Brabants Landschap analyseert de data en maakt verslagen. Het resultaat zal met een eindrapport openbaar worden gemaakt. Dan weet je precies welke broedvogels er te vinden zijn. Van Maar: “Ik hoop dat de wielewaal en de nachtzwaluw ook op de lijst te vinden zijn. Dat zou mooi zijn.”

Laat je reactie achter