Een onderzoeksteam van de TU/e is bezig met het ontwikkelen van een metaalverbrander waarmee duurzaam energie opgewekt kan worden TU/e

TU/e zet nieuw instituut op voor energietransitie

De Technische Universiteit Eindhoven steekt 10 miljoen euro in het opzetten van het Eindhoven Institute for Renewable Energy Systems (Eires).

Met het instituut wil de TU/e niet alleen bijdragen aan oplossingen voor de energietransitie, ze hoopt er ook flink wat geld aan te verdienen.

Volgens bestuursvoorzitter Robert-Jan Smits neemt de universiteit met het oprichten van het instituut, haar verantwoordelijkheid door bij te dragen aan de energietransitie. “We hebben uitstekende onderzoekers in huis op gebied van onder meer energie-opslag en -conversie.
Bovendien heeft de Brainport Regio Eindhoven een fantastische hightech en maakindustrie, die kan helpen bij de energietransitie. Die krachten bundelen we in dit nieuwe instituut”, aldus Smits.

Die innovatie op het gebied van het opslaan en omzetten van energie, is belangrijk als energie steeds meer duurzaam wordt opgewerkt. “Het waait niet altijd als je het wil, en de zon schijnt ook niet altijd”, zegt wetenschappelijk directeur van EIRES, Richard van de Sanden. “Bovendien wil je energie soms in een andere vorm dan alleen stroom. Om te zorgen dat je altijd precies die energie krijgt waar en wanneer je hem nodig hebt, heb je slimme opslag en conversie nodig”.

De oplossing ligt niet in grote afmetingen maar in grote aantallen

• Mark Boneschanscher, directeur Eires

'Electrolyzer'
Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde ‘electrolyzer’, een klein apparaat waarmee van water, waterstof kan worden gemaakt. Door de geringe omvang van het apparaat, kan in elke woning of wijk zo’n machine worden geïnstalleerd waardoor op lokale schaal makkelijk wind- of zonne-energie kan worden opgeslagen. De TU/e tekende al een intentieverklaring met VDL Groep om de techniek verder te gaan ontwikkelen.

Die slimme oplossingen zoekt het nieuwe instituut niet in grootschalige projecten. “Juist door veel, kleine, slimme apparaten te maken, die gemakkelijk zijn te integreren in bedrijven of woningen, kun je snel leren en opschalen”, zegt Mark Boneschanscher, directeur van Eires. “Dat werkt veel beter dan grote, dure installaties. Wat ons betreft ligt de oplossing dus niet zozeer in grote afmetingen, maar in grote aantallen”.

Verdienen
Volgens Boneschanscher is het ontwikkelen van dergelijke grootschalige projecten eerder schadelijk dan dat het iets oplevert. Er moet verder worden gekeken dan de bestaande bedrijfsmodellen, meent de directeur. “Als we zo doorgaan, loopt Nederland de kans mis om echt te verdienen aan de energietransitie. En dat zou jammer zijn, zeker nu we middenin een economische crisis zitten.”

Wetenschappelijk personeel
De 10 miljoen die de universiteit in Eires steekt, wordt geïnvesteerd over een periode van vijf jaar. Voor het instituut worden vier nieuwe hoogleraren en elf nieuw universitaire docenten aangetrokken.

Laat je reactie achter